2250455764_141b8be02d

Maken, produceren en ondernemen in de beeldcultuur
Ik laat in deze website de samenhang zien tussen mijn werk als maker en mijn functie als museumdirecteur en cultureel ondernemer. Ik leef in een tussengebied en balanceer op grensvlakken; tussen design en kunst, cultuur en commercie, analoog en digitaal, en tussen het maken en produceren. Ik positioneer mezelf graag als onderzoeker van de beeldcultuur, niet wetenschappelijk, maar vanuit een praktijksituatie als maker, producent en ondernemer werkzaam als directeur in MOTI, Museum of the Image in Breda. MOTI is hét museum dat het dynamische terrein van beeld in relatie tot technologie zo breed mogelijk presenteert, verzamelt en onderzoekt. De vele nieuwe vormen van visuele communicatie die ontstaan reken ik tot de beeldcultuur. Een creatief gebied dat voorheen behoorde tot het domein van de grafisch ontwerpers, en nu van iedereen is.

De relevantie van beeldcultuur
We staan nog maar aan het begin van het digitale tijdperk die een nieuwe cultuur van kennis en communicatie met zich mee brengt. Veelzijdiger, transparanter en toegankelijker. De wereld van hedendaagse visuele communicatie is permanent in beweging en wordt gekenmerkt door voortrazende technologische ontwikkelingen. Dit heeft consequenties voor de positie van kunst en vormgeving zoals we dat kennen. De veranderende rol van kunst en vormgeving in de maatschappij is nog onvoldoende onderzocht. Door het fenomeen beeldcultuur hoog op de agenda te plaatsen maken we hier een begin mee. Beeld is een leidend principe in onze samenleving geworden en is vaak bepalend bij belangrijke kwesties.

Mijn werk gaat over de relatie en wisselwerking die ik zie tussen tekst en beeld. Dat is een fascinatie die ik al jaren met me meedraag en die dankzij de ontwikkelingen in communicatietechnologie steeds actueler maar ook normaler wordt. We leven in de beeldcultuur, maar bij een beeld denken we al snel aan een foto of een schilderij en wordt er een relatie gelegd met kunst. Maar kunst is slechts een klein onderdeel van wat ik de hedendaag­se beeldcultuur noem. Beeldcultuur is geen discipline maar heeft wel een eigen dynamiek. Ik denk dat over honderd jaar kunst en vormgeving een veel grotere impact heeft in de maatschappij dan ze tot dusver had, alleen noemen we het geen kunst en vormgeving meer.

Ik ben een beeldmens
Als kind werd mij dat verteld en al snel werd duidelijk dat dit betekende dat ik dus niet van de tekst was. Daar waren tekstmensen voor en het waren gescheiden werelden. In mijn jeugd kwam ik per ongeluk regelmatig terecht in literaire kringen. In die jaren leerde ik van de tekstmensen dat een beeldmens een heel ander wezen zou zijn. Beeldmensen functioneren vanuit hun gevoel, hoeven dus niet te praten, te schrijven en te denken. En als twaalf jarige gierden de zenuwen dan door mijn lijf als ik weer eens rond de tafel zat met de intellectuelen uit literaire kringen die mij een vraag stelde. In plaats van een passende opmerking te bedenken waarmee ik de intelligentia kon uitschakelen verslikte ik me dan in de limonade die vervolgens met veel kracht door m’n neusgaten naar buiten spoot richting mijn tafelgenoten. Dat was dan mijn bijdrage aan het intellectuele gesprek. Vanaf die tijd ben ik me altijd bewust van de kloof tussen beeldmensen en tekstmensen.